Redding uit het kelderverdiep: panbestendige falafels

Echt waar, ik had nochtans bij de beste leerlingen van de klas gespiekt.

Eerst bij Piet, die zweert bij kikkererwten uit blik. En daarna bij Jeroen, die zijn droge erwten steevast aan een langgerekt koudwaterbad onderwerpt. Maar hoe gehoorzaam ik beider stappenplan ook doorliep, op het einde van de rit stond ik telkens weer met mijn besmeurde handen in het haar. In de koekenpan onder mijn neus, spatte de droom van De Perfecte Falafel telkens weer in nét teveel stukjes uit elkaar.

Had ik Jeroen en Piet all the way nageaapt, dan had ik er natuurlijk een frituurpan bij gehaald. Maar toen ontdekte ik in de natuurwinkel plots de perfecte panbestendige kant-en-klare mix. Zo eentje waar je nog net genoeg vrolijke handenarbeid aan beleeft- balletjes rollen !- dat je schier oprecht gelooft:

Falafels? Ik bak daar wél iets van!

Maar goed. Deze week besefte ik: zoveel zelfbedrog, dat is nu eens echt onverzoenbaar met het opzet van deze blog. Dus begon ik helemaal opnieuw. From scratch. En serieus, wie had dat nu gedacht: hét succesingrediënt voor panbestendige falafels lag al een maand of twee in mijn kelderverdieping over tijd te gaan! Kikkererwtenbloem, begod.

RECEPT:

(De mosterd voor dit recept haalde ik uit het Kookschrift van Mevr. Roos  en De Dikke Vegetariër van Mark Bittman)

Zwier volgende ingrediënten in een ruime mengkom:

  • 500 gram kikkererwtenmeel
  • 3 à 4 tenen knoflook, geplet
  • twee flinke eetlepels komijnpoeder
  • een theelepel cayennepeper of fijngesnipperde chilipepers (gebruikte ik zelf niet: lieve mensen die weten dat wij nogal graag eten, verrasten ons laatst met komijnpoeder uit India. En die is, kan ik u verzekeren, heel pikant)
  • 1 theelepel zout
  • 1 royale eetlepel vers citroensap
  • een theelepel bakpoeder
  • een hand fijngesnipperde bladpeterselie

Meng alles goed. Voeg er vervolgens in kleine geutjes zo’n 220 ml water aan toe en kneed goed, tot je een goed klevende doch zo droog mogelijke massa verkrijgt. Té droog deeg kun je redden met een klein beetje water of olie naar ‘t schijnt. Te vochtig deeg met wat extra kikkererwtenmeel. Proef en breng desgewenst verder op smaak met wat extra peper en zout, citroensap of komijnpoeder.

Maak balletjes van het beslag (mik je op een diameter van zo’n 2,5 cm, dan puur je uit dit recept zo’n 40-tal balletjes) en laat ze enkele uren opstijven in de koelkast.

Giet wat neutrale olie in de pan. Bak geduldig op matig vuur aan alle zijden krokant. Klaar!

Ik combineerde mijn balletjes met wat onze bioboer deze week in ons vers-van-het-veld groentepakket heeft gestopt: tomaten, romeinse sla en gegaarde bloemkoolroosjes. Ik at er nog een lekker yoghurtsausje met sesamzaad bij, en enkele sneetjes brood. (volgende keer strooi ik er ook nog wat rauwe ajuinringen over, denk ik. Dat heb ik achteraf gezien precies toch wel gemist)

Falafel2

Het verdict?

Verstopt in een volkoren pittabroodje vonden Jasper en Kate de balletjes ongelofelijk lekker. Los uit het vuistje vonden ze de falafels net iets te pikant.

O ja, natuurlijk hebben wij geen 40 ballen ineens opgeslokt. De overschot resideert momenteel in onze diepvries. Of dat een goed idee was, lees je hier later nog wel een keer!

Advertisements

Waarom? Daarom!

Na ettelijke jaren van totale vleesverbanning heeft De Luie Vegetariër nog altijd weinig kaas gegeten van EVA’s veggie-abc.  De Agar agar in haar keukenkast overtrof slechts een stoute verwachting: de houdbaarheidsdatum. Bruine bonen doen haar hoofd bruisen van vieze-smurrie-visioenen. En dat die Chick Pieces (Chick’Pieces) niets met kikkererwten te maken hebben, dat heeft ze pas zonet ontdekt.

Dat haar vleesminnende echtgenoot beduidend beter kookt (en haar potje geduld veel sneller overkookt, of aanbakt), heeft het zaakje evenmin goed gedaan : haar tweekoppige kroost verkiest steeds vaker het stoofpotje van papa boven een alweer wat slap uitgevallen linzenprut.

But World, the time has come to push the button.

Voortaan betreedt De Luie Vegetariër het vegetarische oerwoud met opgeheven hoofd.

Ze gaat liefdevol kokerellen. En sleept er desnoods een keukenwekker én kookboek en al bij.

Ze gaat af en toe, en zonder schuldgevoel, een vette veggieburger in de pan kieperen. Omdat ze weet dat eens goed luieren op tijd en stond wreed gezond is.

En ze gaat wat vaker uit veggie eten. Vanuit het besef dat wat een ander doet, vaak wél stukken beter proeft.